Visie

BELEIDSVISIE OP TOEWIJZING; DE ROL VAN TOP-OPLEIDINGSPLAATSEN

1. UITGANGSPUNTEN

De rol van TOP-opleidingsplaatsen is gericht op toewijzing. De kaders leiden samengevat tot de volgende uitgangspunten en taken:

  • Toewijzing is een sluitstuk van opleidingen; opleidingen zijn een instrument om de kwaliteit en kwantiteit van de beantwoording van de toekomstige zorgvraag te borgen.
  • Het doel van opleiden is om voortdurend over voldoende goed opgeleide professionals te kunnen beschikken.
  • Toewijzing dient volgens een transparant en voorspelbaar proces te verlopen en robuust te zijn georganiseerd.
  • De externe invloeden/prikkels (zoals bekostiging) dienen de gewenste inspanningen en gerichtheid op de doelstellingen te bevorderen.
  • In aansluiting op de zorglevering dient “een goede verdeling van opleidingsplaatsen met een evenwichtige verdeling over zorgaanbieders en tussen de generalistische basis GGZ en de gespecialiseerde GGZ” gerepresenteerd te zijn.
  • In de parameters die de verdeling van opleidingsplaatsen bepalen dienen, voor zover mogelijk, relaties met de geleverde kwaliteit door de opleiding, de tevredenheid van de opgeleiden en een doelmatige organisatie zichtbaar te zijn.
  • Gewenste continuïteit, historisch opleidingsvolume, vs. erkenningenbeleid, kwaliteit, recente beleidskeuzes zoals t.a.v. overdracht van taken aan de gemeente (bv jeugd, ouderen) zijn voorbeelden van andere invloeden die een rol kunnen spelen en waarover TOP-opleidingsplaatsen gevoed moet worden.

 

2. TAKEN

TOP-opleidingsplaatsen heeft in essentie één hoofdtaak:
het doen van een toewijzingsvoorstel aan het Ministerie van VWS met daarin een verdeling van opleidingsplaatsen onder praktijkopleidingsinstellingen die vallen onder publieke financiering vanwege het Ministerie van VWS ten behoeve van de (medische) vervolgopleidingen ggz (met uitzondering van de psychiaters). Kernstukken in deze taak en dit proces zijn de opstelling van het toewijzingsprotocol en van het verdeelvoorstel.
Neventaken
Naast de hoofdtaak, maar secundair, kan TOP-opleidingsplaatsen vanuit haar positie de ontwikkeling van beleidsrijker toewijzen stimuleren. Het beleidsrijke kan bijv. gericht zijn op onderscheid in kwaliteit van de opleiding of de wijze waarop de instelling samenwerkt in een regio bij de opleiding. Het beleid om dit een belangrijke parameter te gaan vinden kan gestimuleerd worden, maar niet ontwikkeld. Dit zal door (werkgroepen van) veldpartijen moeten gebeuren. TOP-opleidingsplaatsen zal wel de eisen moeten formuleren op basis waarvan de beleidsrijkdom een rol kan spelen in het toewijzingsproces. Zowel voor deze processen als uiteraard voor de toewijzing zelf is het cruciaal dat TOP-opleidingsplaatsen de relatie met het veld goed borgt.

Het toewijzingsproces
Op grond van het formele kader (wet- en regelgeving, spelregeldocument, Bestuurlijk Akkoord) stelt TOP-opleidingsplaatsen een procedure (het zgn. toewijzingsprotocol) op.
Het Capaciteitsorgaan raamt de benodigde aantallen professionals en adviseert hierover aan VWS.
VWS bepaalt in het voorjaar de ruimte aan plaatsen die gesubsidieerd opgeleid kunnen gaan worden; de praktijkopleidingsinstellingen geven hun wensen aan, TOP-opleidingsplaatsen maakt het voorstel. TOP-opleidingsplaatsen biedt het voorstel aan VWS aan, dat hierover een besluit neemt. Op basis van dit besluit kunnen de instellingen subsidie aanvragen. De NZa verzorgt het verdere financiële traject.
Het toewijzingsprotocol dat TOP-opleidingsplaatsen opstelt, moet ertoe leiden dat op de fatale termijn van 15 juli elk jaar, een door het veld gedragen toewijzingsvoorstel voor de gesubsidieerde opleidingsplaatsen aan VWS is aangeboden. Dit toewijzingsprotocol behoeft de instemming van de betreffende veldpartijen. De uitvoering op basis van dit protocol en de data is aan TOP-opleidingsplaatsen. De consistente uitvoering met transparante besluitvormingsprocessen moet ertoe leiden dat het bestuur van TOP-opleidingsplaatsen op basis van die goede onderbouwing besluiten kan nemen die op draagvlak kunnen rekenen, ook als een besluit een instelling of veldpartij i.c. onwelgevallig is. De toets is in feite: had het bestuur in redelijkheid tot dit besluit kunnen komen en had ieder ander weldenkend bestuur tot dit besluit kunnen komen ? Dit stelt eisen aan uiteraard de processen en de kwaliteit en tijdigheid van de input, de data, maar ook aan het gezag van het bestuur en de wijze waarop TOP-opleidingsplaatsen met het veld communiceert.

De gegevenheden voor TOP-opleidingsplaatsen
Bekostigingssysteem
TOP-opleidingsplaatsen treedt niet in de bekostigingsprincipes, maar volgt deze. TOP-opleidingsplaatsen kan uiteraard wel input geven aan discussies over de ideale bekostigingssystematiek. Is de systematiek niet efficiënt, robuust o.i.d., dan is dat nog steeds voor TOP het gegeven. Het kan wellicht onnodig meer werk geven dan in het ideale geval zou zijn, maar dit is niet aan TOP-opleidingsplaatsen: zij voert de regeling uit.
Juridische posities
Voor TOP-opleidingsplaatsen zijn de juridische positie van opleidelingen en de werkgeversrollen een gegeven. De praktijkopleidingsinstellingen (in casu de raden van bestuur cq. directie) zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg die verleend wordt, incl. de betrokkenheid van de opleideling hierin, en voor de arbeidsrechtelijke aspecten.

Data
TOP-opleidingsplaatsen heeft voor haar functioneren een aantal onbetwiste gegevens nodig, zoals (naast uiteraard de kaders voor dat jaar vanuit VWS): wie mag formeel opleiden tot wat en hoeveel? Op een peildatum dienen deze gegevens aan TOP-opleidingsplaatsen te worden aangeleverd. TOP-opleidingsplaatsen kan niet aanspreekbaar zijn noch verantwoordelijk worden gehouden voor de juistheid van deze gegevens. Zij zijn voor hen een gegeven.
Naast deze gegevens kan TOP-opleidingsplaatsen nog andere gegevens nodig hebben, afhankelijk van de afgesproken formele kaders, zoals het Spelregeldocument.
Drie zaken komen dan voor de komende paar jaar in het bijzonder op de agenda: het onderscheid in zorg tussen basis en gespecialiseerde GGZ, de invloed van kwaliteit van de opleiding op de mate van het recht op subsidie van een opleidingsplek en de borging van de kwaliteit van de data die TOP-opleidingsplaatsen als input nodig heeft.