Veel gestelde vragen

Een opleideling kan gedurende de opleidingsperiode bij meerdere praktijkopleidingsinstellingen in opleiding zijn. De betrokken praktijkopleidingsinstellingen zijn daartoe een samenwerking aangegaan.

Voor het instroomjaar geldt dat de opleideling slechts bij één praktijkinstelling kan instromen. Dit is de hoofdaanvrager en voor TOP-opleidingsplaatsen de ‘leidende instelling’. De andere instelling is dan aangemerkt als ‘volgende instelling’. U ziet dit aan de hand van instroommaanden en instroomfte. Die bevatten de waarde ‘0’ voor de ‘volgende’ praktijkinstelling.

De aanstellings fte van de ‘volgende’ praktijkinstelling is in het instroomjaar standaard 0 fte voor de subsidieregeling. De ‘volgende instelling’ kan het eerste subsidiejaar (instroomjaar) niet voor subsidie in aanmerking komen, maar wel voor de doorstroomjaren. Het staat de praktijkinstellingen vrij ieder doorstroom subsidiejaar de aanstellings fte op een andere manier over de beide instellingen te verdelen, waarbij het van belang is dat de beide instellingen dit met elkaar hebben afgestemd en de totale gezamenlijke aanstellings fte niet meer dan de aanstellings fte of 1 fte kan zijn.

 

  • ACHTERGRONDVRAGEN

De beschikbaarheidbijdrage moet ervoor zorgen dat er per zorgopleiding voldoende specialisten worden opgeleid van goede kwaliteit voor een redelijke prijs. Het is in het leven geroepen om marktverstoring te voorkomen, prestatiebekostiging voor opleiden in te voeren, opleidingsplaatsen transparant en toetsbaar te verdelen en om doelmatig en doelgericht te kunnen opleiden aan de hand van landelijke beleidsrijke ramingen. De beschikbaarheidbijdrage komt in plaats van het Opleidingsfonds.

Ja, ook opleidingsplaatsen van verkorte opleidingen komen in aanmerking voor beschikbaarheidbijdrage.

Als een opleiding in deeltijd wordt gevolgd, bestaat er naar rato recht op subsidie. Een praktijkvoorbeeld: voor een opleideling die voor 0,8 fte opgeleid wordt, heeft de opleidende instelling recht op 0,8 deel van de bijdrage. Hierbij geldt dat zolang er opgeleid wordt, er recht bestaat op subsidie (mits aan de voorwaarden wordt voldaan). Er wordt dus in totaal niet meer of minder subsidie gegeven: er wordt minder subsidie maar over een langere opleidingsduur verstrekt.

De datum waarop een opleiding start met de opleiding, heeft invloed op de verlening van de bijdrage. Een voorbeeld: een opleiding start op 1 september met de opleiding. De praktijkinstelling ontvangt voor deze opleiding 4/12 deel subsidie voor dat subsidiejaar.

 

  • BESCHIKKINGEN

Ja, mits op aantoonbaar verzoek van de desbetreffende praktijkinstelling en binnen de hieronder aangegeven voorwaarden.

VWS stelt instroomopleidingsplaatsen beschikbaar in personen en fte’s, maar niet op naam van opleidelingen. Als opleideling A in het instroomjaar uitvalt uit de opleiding en daarmee uit de subsidie, kan betrokkene worden vervangen door opleideling B binnen het totale aantal fte dat voor opleideling A beschikbaar was gesteld voor dat subsidiejaar. Opleideling B komt voor dat jaar en vanaf dat jaar in aanmerking voor subsidie op voorwaarde van een goedgekeurd en vastgelegd opleidingsschema en maximaal voor het resterende aantal fte, dat voor A beschikbaar was gesteld voor dat jaar.
Bij de verantwoording komt u op een hoger aantal instromers uit dan beschikt. Daarom moet aan de accountant worden verklaard dat de verhoging voortkomt uit vervanging van instromer/opleideling A. De accountant moet hiervan melding maken bij de vaststelling

Wanneer er meer opleidelingen worden opgeleid dan er bij de subsidieverlening zijn beschikt, spreken we van een onbeschikte opleidingsplaats of boventalligheid. Onbeschikte of boventallige opleidelingen/fte’s komen niet in aanmerking voor subsidie.

Het is mogelijk om een boventallige opleideling in het doorstroomjaar mét beschikbaarheidbijdrage op te leiden door in dat doorstroomjaar een instroomplaats beschikbaar te stellen aan deze opleideling. Dit is alleen mogelijk wanneer het om een beschikte instroomplaats gaat. De opleiding van de opleideling loopt gewoon door. Iemand kan dus voor de opleidingsinstelling een doorstroom opleideling zijn en voor de subsidieregeling een instroomkandidaat.

Let op: een onbeschikte opleideling in het volgende subsidiejaar gesubsidieerd opleiden gaat dus ten koste van een instroomplaats die in het verdeelplan is toegekend. Er starten op deze manier minder opleidelingen dan er instroomplaatsen zijn. Bovenstaande betekent dat de praktijkinstelling (op tijd) een instroomplaats bij het opleidingsinstituut moet aanvragen en wordt – mits er subsidie wordt toegekend –  uiteindelijk in het verdeelplan wordt opgenomen. Er kan dan een boventallige opleidingsplaats subsidiabel worden gemaakt.

Dit kunt u zien in het stappenplan op de website van TOP-opleidingsplaatsen

 

  • FINANCIËLE VRAGEN

De minister van VWS besluit elk jaar opnieuw of de loon- en prijsbijstelling wordt toegekend, bovenop het bedrag. In het document Beschikbaarheidbijdrage (Medische) Vervolgopleidingen 2014 van de NZa vind u de meest actuele bedragen.

Ja, u mag als u erkend bent opleiden. Helaas garandeert een erkenning door de opleidingsinstelling (zie www.logo-ggz.nl) als praktijkopleidingsinstelling niet dat u ook beschikbaarheidbijdrage krijgt.

Dit hangt mede af van de afspraken die de praktijkopleidingsinstelling maakt met de opleideling. Opleidelingen die beschikt worden opgeleid hoeven de kosten van hun opleiding niet terug te betalen als de opleideling de opleiding vervolgt bij een andere praktijkopleidingsinstelling.

De NZa keert per opleidingsplaats een normbedrag uit. Na afloop van het subsidiejaar stelt de NZa het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen per praktijkopleidingsinstelling en per opleiding vast en rekent het bijbehorende subsidiebedrag af met de praktijkopleidingsinstelling. In het zgn. instroomjaar, het eerste jaar van de beschikbaarheidbijdrage, wordt de bijdrage aan een opleideling gekoppeld door vermelding hiervan in het register bij de FGzPt. Na afloop van het eerste jaar is dit niet meer aan te passen en volgt de beschikbaarheidbijdrage de opleideling als deze besluit zijn/haar werk elders voort te zetten en vanuit de nieuwe werkgever de opleiding te vervolgen. Vanaf het zgn. doorstroomjaar is de bijdrage daarmee een soort persoonlijk opleidingsbudget; Uiteraard wel onder de voorwaarde dat de praktijkopleidingsinstelling waar de opleideling zijn opleiding vervolgt, erkend is door een opleidingsinstelling.

Praktijkinstellingen mogen zelf beslissen voor welke opleidingskosten deze vergoeding wordt gebruikt.

1. De hoofdopleider van de opleidingsinstelling trekt de erkenning in.
2. De opleidingsinstelling informeert de NZa zo snel mogelijk hierover. Dit gebeurt   schriftelijk. Het is belangrijk dat de bevoorschotting van opleidingsplaatsen door NZa cq. Zorginstituut Nederland direct wordt gestaakt.
3. Er wordt een andere praktijkopleidingsinstelling gezocht voor de opleidelingen, om hun opleiding te vervolgen. Wanneer deze is gevonden informeert de opleidingscommissie (hoofdopleider) van de opleidingsinstelling de registerhouder FGzPt. Het opleidingsplan van de opleideling moet namelijk worden aangepast. Vooral de einddatum bij praktijkopleidingsinstelling 1, de begin- en einddatum van de praktijkopleiding en de aanstelling in fte bij praktijkopleidingsinstelling 2 zijn belangrijk.
4. Wanneer de organisatie waar de opleiding wordt vervolgd behoort tot een sector die in aanmerking komt voor een beschikbaarheidbijdrage kan ook de overheveling van de eventuele beschikbaarheidbijdrage plaatsvinden.
5. Het FGzPt past in het opleidingsregister de gegevens over de opleideling aan.
6. Het FGzPt informeert de NZa over de overheveling van de opleidingsplaats(en) wanneer de nieuwe praktijkopleidingsinstelling tot een sector behoort die in aanmerking komt voor een beschikbaarheidbijdrage. De beschikking wordt overgezet.
7. Praktijkopleidingsinstelling 2 informeert de NZa bij de eerstvolgende vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage over de wijziging. Tot die tijd schiet praktijkopleidingsinstelling 2 de volledige opleidingskosten voor.
8. De daadwerkelijke financiële overheveling van beschikbaarheidbijdrage verloopt via de NZa. Een eventuele overheveling kan alleen achteraf plaatsvinden, bij de jaarlijkse verantwoording/vaststelling.
9. De door praktijkopleidingsinstelling 2 overgenomen doorstroomplaats(en) kunnen in de jaarlijkse verantwoording opgevoerd worden onder overlegging van de akkoordverklaringen van de opleidingsinstelling. Als er sprake is van meerdere opleidingsinstellingen dan is een akkoordverklaring van alle betrokken opleidingsinstelling nodig.

 

  • STAPPENPLAN AANVRAGEN BESCHIKBAARHEIDSBIJDRAGEN.

Heeft u reeds eerder opgeleid?
Zo ja, begin dan bij stap 3.
Nee, begin bij stap 1.

Alleen praktijkopleidingsinstellingen die erkend zijn voor de verzorging van het praktijkgedeelte van de opleidingen tot psychotherapeut, gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog en ggz verpleegkundig specialist komen in aanmerking voor beschikbaarheidbijdrage. Indien uw instelling de intentie heeft om voor het eerst opleidingsplaatsen voor een of meerdere opleidingen te gaan inrichten, gaat u door naar stap 2.

Voordat u als zorgaanbieder mag opleiden, dient u erkend te worden door een opleidingsinstelling. U dient hiervoor een verzoek tot erkenning in bij een opleidingsinstelling en uw praktijkopleidingsinstelling zal vervolgens door de opleidingsinstelling gevisiteerd worden. Wanneer uw instelling erkend wordt door de opleidingsinstelling, is het mogelijk om opleidingsplaatsen voor de betreffende opleiding aan te vragen bij de opleidingsinstelling.
Contactgegevens van de opleidingsinstellingen vindt u op www.logo-ggz.nl en op www.ggz-vs.nl

Wanneer u daadwerkelijk wilt gaan opleiden, dient u bij uw opleidingsinstelling. het aantal gewenste opleidingsplaatsen aan te vragen. De deadlines hiervoor kunnen verschillen per opleidingsinstelling. TOP-opleidingsplaatsen hanteert voor het toewijzingsproces strikte deadlines. In het toewijzingsprotocol (hier te vinden) vindt u de voor dit jaar geldende deadlines. Het is gebruikelijk dat het toewijzingsproces voor een kalenderjaar een jaar eerder van start gaat. Indien u dus bijvoorbeeld voor een opleidingsplaats in 2016 in aanmerking wilt komen voor beschikbaarheidbijdrage, houdt u er dan rekening mee dat de deadline voor het aanvragen van deze opleidingsplaats bij het opleidingsinstelling op bijvoorbeeld half februari 2015 ligt.

TOP-opleidingsplaatsen ontvangt van de opleidingsinstellingen een overzicht van de instroom opleidingsplaatsen voor het volgende kalenderjaar.De doorstroomdata volgt uit de betrokken registerhouders, GGZ-VS en FGzPt.

NADER TE BEPALEN

Op basis van het toewijzingsprotocol, dat TOP-opleidingsplaatsen in overleg met veldpartijen en het ministerie van VWS opstelt, past TOP-opleidingsplaatsen rekenregels toe op de gegevens in het register. Praktijkopleidingsinstellingen hebben de mogelijkheid om te reageren (d.m.v. een zienswijze) op de conceptversie van de verdeling van beschikbaarheidbijdrage.

TOP-opleidingsplaatsen verwerkt de reacties (zienswijzen) op het concept-toewijzingsvoorstel.

TOP-opleidingsplaatsen verstuurt het definitieve toewijzingsvoorstel 2016 voor 15 juli 2015 aan VWS en de praktijkopleidingsinstellingen.

VWS publiceert 15 augustus het verdeelplan op haar website.
Het ministerie van VWS besluit op basis van het definitieve toewijzingsvoorstel van TOP-opleidingsplaatsen over het verdeelplan. Dit verdeelplan is te vinden op www.beschikbaarheidbijdrage-medische-vervolgopleidingen.nl

 

STROOMSCHEMA

 

TOP-opleidingsplaatsen is niet betrokken bij de onderstaande stappen.

Praktijkopleidingsinstellingen kunnen op basis van het verdeelplan beschikbaarheidbijdage aannvragen bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Aanvragen dienen vóór 1 oktober ingediend worden bij de NZa. Let op: de aanvraag geldt zowel voor instroom als voor doorstroom opleidingsplaatsen!

Praktijkopleidingsinstellingen ontvangen de beschikbaarheidbijdrage van de NZa.
In een beschikking van de NZa wordt aan praktijkopleidingsinstellingen meegedeeld hoeveel beschikbaarheidbijdrage zal worden ontvangen in het genoemde kalenderjaar.

De NZa stelt de ontvangen beschikbaarheidbijdragen per praktijkopleidingsinstelling vast.